|
Seat beweert een nieuw ras voertuigen te hebben gekweekt
waarin de sterke punten van een MPV gecombineerd worden met het sportieve
karakter dat het merk sinds een aantal jaren belichaamt. Dat zullen wel
eens even zien...
Origineel
Meer sedan dan monospace
Multi–link
Conclusie
Je (bijna) als laatste op de markt van de compacte MPV's begeven is
geen gemakkelijke opdracht. De concurrentiestrijd tussen de fabrikanten
was al hevig door de rechtstreekse confrontatie tussen de Renault Scénic,
de Opel Zafira en de Citroën Picasso, maar is nog intenser geworden
toen Volkswagen onlangs zijn Touran op de markt bracht. De analyse die Seat
van de situatie heeft gemaakt, is dan ook zeer steekhoudend: al haar concurrenten
houden zich, op enkele details na, aan hetzelfde modulaire concept waarin
het functionele aspect de boventoon voert ten koste van design, emoties
en sportiviteit. Seat wilde tegen die trend ingaan en daarom wil de Altea
dus anders zijn. Hij is minder praktisch dan een Touran, waarvan hij ondanks
zijn beperkte afmetingen het platform heeft overgenomen, maar wil dan ook
vooral sensueel overkomen. Die sensualiteit sprak al uit de conceptauto's
Salsa, Salsa emoción en Tango en komt uit de koker van Walter de'Silva,
hoofd design bij Seat. Met de Altea zijn we lichtjaren verwijderd van de
gebruikswagens van sommige concurrenten. Van de oogvormige koplampen via
de aërodynamisch vormgegeven zijkanten tot aan de robuuste achterklep:
alles ademt dynamiek uit.
De Altea presteert het zelfs, en dat is toch wel het toppunt voor een MPV,
een van de vuistregels voor het ontwerp van sportauto's over te nemen:
twee derde plaatstaal voor een derde glas. Verwacht dus geen zonnebad. Het
record voor glasoppervlak of uitzonderlijke lichtinval zal deze auto dan
ook zeker niet breken. De instap is nogal hoog, waardoor de inzittenden
het gevoel krijgen in een even compact als strak omhulsel te zitten.
Een ander specifiek esthetisch kenmerk van de Altea is zijn ruitenwissersysteem.
Wanneer de wissers niet aanstaan, blijven ze verticaal achter het profielplastic
van de voorruitstijlen liggen. Niet alleen zorgt dit voor een esthetisch
zuiverder lijn, deze stand is ook voordeliger voor de aërodynamica,
omdat daarmee een bron van geluid en turbulentie wegvalt.
| Origineel |
 |
De Altea is van binnen net zo origineel als van buiten. Te beginnen bij
het dashboard dat door middel van kleur duidelijk in twee zones is verdeeld.
De eerste zone is het gedeelte dat rechtstreeks in contact komt met de voorruit:
een soort band die de bestuurder en zijn passagier omringt. De tweede zone
ligt dichter bij de inzittenden. Het gebruikte carbonmateriaal accentueert
het sportieve karakter nog eens. Maar het meest kenmerkende onderdeel is
waarschijnlijk de grote centrale console die lichtjes op de bestuurder is
gericht met onderaan het multifunctionele scherm. Deze indeling is esthetisch
een schot in de roos, maar blijkt in de praktijk wat minder geslaagd, met
name bij het gebruik van het navigatiesysteem. De grafische informatie op
het scherm valt net buiten het natuurlijke gezichtsveld en het bekijken
ervan vergt daarom permanent een staaltje van ogengymnastiek, wat erg vermoeiend
en soms zelfs gevaarlijk blijkt te zijn.
Achter het in hoogte en diepte verstelbare stuur (waarin de multifunctionele
bedieningstoetsen ingebouwd kunnen worden) zitten drie zwarte tellers verzonken
in metalen cilinders. Je bent sportief of je bent het niet en dus prijkt
de toerenteller in het midden. Met diezelfde dynamische rijstijl in het
achterhoofd hebben de ingenieurs voor het eerst een model van dit merk uitgerust
met een actieve voetsteun. Dit snufje is niet alleen erg handig bij een
sportieve rijstijl (betere dosering, naaldhakken...), maar vermindert
ook het risico op scheenbeenletsel bij botsingen.
| Meer sedan dan monospace |
 |
We hadden u al gewaarschuwd: de Altea is een MPV en toch ook weer niet.
Seat heeft zich dus van de voor dit type voertuig gebruikelijke modulaire
opbouw weinig aangetrokken. Zeven zitplaatsen? Geen sprake van, de middelste
zitplaats op de achterbank is zelfs zo onbruikbaar dat het er niet eens
vijf zijn. Geen stoelen dus die je in de vloer weg kunt werken, ze kunnen
zelfs niet tot een pakket ingeklapt worden om ze uit de cabine te halen.
Ook geen achterbank op rails, zodat je kunt spelen met het volume van de
kofferbak. De rugleuning van de stoelen achterin kunnen daarentegen bijna
moeiteloos met één hand neergeklapt worden: zelfs de hoofdsteunen
hoeven er niet afgehaald te worden. Eén keer trekken aan een koord
en je hebt een perfect egaal laadvlak.
Dan de kofferbak: het volume is niet spectaculair, maar hij zit zeer ingenieus
in elkaar met zijn in compartimenten verdeelbare dubbele bodem. De daadwerkelijk
beschikbare ruimte hangt af van de oplossing die is gekozen voor bandenpech.
Een normaal wiel, een plat reservewiel of een reparatieset: hoe minder ruimte
het in beslag neemt, des te meer er voor de bagage overblijft. Met de achterbank
in gewone stand bedraagt het beschikbare maximumvolume 409 liter; die opbergcapaciteit
stijgt naar 1 320 liter als de achterbank wordt opgeklapt. Wij zijn dus
mijlen ver verwijderd van het laadvolume van de Touran (695/1 989 liter),
maar de passagiers hebben achterin dan ook royaal de ruimte: genoeg plaats
om ellebogen (breedte), nek (hoofdruimte) en knieën (diepte) te strekken.
| Multi–link |
 |
Net als de Golf V, de Audi A3 of de Volkswagen Touran waarmee hij zijn chassis
gemeen heeft, beschikt de Altea over een nieuwe voorwielophanging (met aluminium
onderchassis) en een nieuwe multi-link achteras. De nieuwe elektromechanische
stuurbekrachtiging die door de groep is ontwikkeld, is ook van de partij.
De software past niet alleen de stuurbekrachtiging aan de rijsnelheid en
de draaisnelheid van het stuur aan, maar kan bij zijwind ook automatisch
koerscorrecties uitvoeren. ABS en tractiecontrole (TCS) zitten standaard
op alle modellen, maar ESP (gekoppeld aan een noodremsysteem) niet.
De motoren, die uit de kweekvijver van de Volkswagen-groep komen, zijn bekend:
2.0 FSI (direct ingespoten benzinemotor) 150 pk, 1.6l 102 pk, 2.0 TDI 136
pk en 1.9 TDI 105 pk. Aangezien dat laatste type het beste zal verkopen
op de Belgische markt, hebben we onze test daarop toegespitst. Het is het
bekende liedje: viercilinder lijnmotor, inspuiting via pompinjectoren, variabele
turbinegeometrie en intercooler. Met 5 pk meer dan voorheen stijgt het koppel
vanaf 1 900 t/m van 240 tot 250 Nm.
Op papier klinken zijn prestaties meer dan behoorlijk: topsnelheid van 183
km/u. en van 0 naar 100 km/u. in 12,3 seconden bij een gemiddeld verbruik
van 5,4 l/100 km. In tegenstelling tot de 2.0 TDI en FSI moet de 1.9 TDI
(net als de 1.6) het met een vijfversnellingsbak stellen en kan als optie
niet worden uitgerust met de DSG-versnellingsbak.
Op de weg blijkt de motor berekend op zijn taak, maar blijft in prestaties
en rijplezier toch ietsje achter ten opzichte van de 2.0 TDI. In de 1.9
kun je met zo'n 3.000 t/m rustig tegen 140/150 rondrijden (oh ja,
dat was ik vergeten, dat is verboden, het is zelfs misdadig!). Maar een
echte sportieveling is het niet, wat een beetje indruist tegen de filosofie
van de auto. Hetzelfde verhaal geldt voor het weggedrag. Ook hier geen verrassingen,
alles is dik in orde, maar het sportieve karakter moet toch eerder in de
positionering op de markt en in de uitstraling van de auto gezocht worden
dan op de weg. Tot slot een minpuntje dat hij met alle MPV's deelt:
het zicht vooruit wordt op elf uur belemmerd door de imposante A-stijl,
die met name in scherpe bochten naar links hinderlijk blijkt.
| Conclusie |
 |
De keuze die Seat heeft gemaakt is duidelijk: zich van de concurrentie
onderscheiden met een product dat door zijn design en zijn voorkomen aantrekkelijker
is. De toekomst zal ongetwijfeld uitwijzen of er een clientèle
bestaat voor deze nieuwe nichemarkt.
|